Eiseres, een Filipijnse vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, werd geconfronteerd met een terugkeerbesluit inclusief een inreisverbod van twee jaar en een maatregel van bewaring. Zij stelde dat het inreisverbod een motiveringsgebrek bevatte, omdat geen belangenafweging was gemaakt na haar zienswijze.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was het inreisverbod uit te vaardigen zonder nadere belangenafweging, omdat een vertrektermijn was onthouden en geen humanitaire gronden waren aangevoerd. De maatregel van bewaring was gebaseerd op zware en lichte gronden die feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren, en er was geen lichter middel passend.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen en verweerder werd niet veroordeeld tot proceskostenvergoeding.