ECLI:NL:RBDHA:2024:17142
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens verlenging beslistermijn asielaanvraag
Verzoeker diende een aanvraag in voor proceskostenvergoeding nadat hij zijn beroep tegen het niet tijdig beslissen had ingetrokken. De minister had op 21 augustus 2024 alsnog op de aanvraag beslist.
De rechtbank oordeelde dat de verlenging van de beslistermijn voor asielaanvragen, zoals vastgelegd in het WBV 2023/3, rechtsgeldig was en dat de ingebrekestelling van verzoeker prematuur was ingediend. Hierdoor zou het beroep niet ontvankelijk zijn geweest.
Omdat er geen sprake was van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen door de minister, kon op grond van artikel 8:75a Awb geen proceskostenvergoeding worden toegekend. Het verzoek werd daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het beroep niet ontvankelijk was door een rechtsgeldige verlenging van de beslistermijn.