ECLI:NL:RBDHA:2024:17147

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 oktober 2024
Publicatiedatum
22 oktober 2024
Zaaknummer
NL24.35425
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure met verwijzing naar Duitsland

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen twee besluiten van de minister van Asiel en Migratie waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk wordt geacht, en waarbij de overdrachtstermijn naar Duitsland is verlengd wegens vertrek met onbekende bestemming.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en afgewezen, omdat de rechtbank bij mondelinge uitspraak op 17 oktober 2024 reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep zelf, waardoor een voorlopige voorziening niet langer nodig is.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, waarmee de beslissing definitief is.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.34534 en NL24.35425

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.M.G. Crompvoets),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 2 september 2024 (bestreden besluit 1) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Bij besluit van 3 september 2024 (bestreden besluit 2) heeft verweerder de overdrachtstermijn naar Duitsland verlengd, omdat verzoeker met onbekende bestemming is vertrokken.
Verzoeker heeft tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Bij mondelinge uitspraak van 17 oktober 2024, zaaknummers NL24.34533 en NL24.35424, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 17 oktober 2024 door mr. A.J. de Danschutter, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.