Verzoeker heeft een beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag, maar dit beroep vervolgens ingetrokken nadat de minister alsnog heeft beslist. Verzoeker vordert daarop vergoeding van zijn proceskosten.
De rechtbank beoordeelt dat de minister de beslistermijn rechtsgeldig heeft verlengd met negen maanden op grond van het WBV 2023/3, zoals eerder bevestigd in een uitspraak van 11 april 2024. Hierdoor was de ingebrekestelling van verzoeker prematuur en het beroep niet ontvankelijk.
Omdat het beroep niet ontvankelijk was, is er geen sprake van een gedeeltelijke of volledige tegemoetkoming door de minister in de zin van artikel 8:75a Awb. Daarom is het verzoek om proceskostenvergoeding ongegrond en wordt het afgewezen.
De rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten en de uitspraak openbaar gemaakt. Verzoeker wordt gewezen op de mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van deze uitspraak.