ECLI:NL:RBDHA:2024:17166
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- S. Ketelaars- Mast
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eisers hebben op 2 april 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend. De minister moest op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen zes maanden beslissen, met een mogelijke verlenging van negen maanden vanwege een groot aantal aanvragen.
De minister heeft de beslistermijn verlengd met negen maanden voor aanvragen tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024. De rechtbank heeft in een eerdere uitspraak geoordeeld dat deze verlenging rechtsgeldig is. Hierdoor eindigde de beslistermijn voor eisers op 2 juli 2024.
Eisers stelden de minister op 1 juli 2024 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en dienden op 19 juli 2024 beroep in. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling prematuur was omdat deze vóór het einde van de verlengde termijn was gedaan, waardoor het beroep niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.