Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag van 16 augustus 2023 om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, met instemming van partijen.
De rechtbank oordeelt dat de minister de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, heeft overschreden. Eisers hebben de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en meer dan twee weken zijn verstreken sinds de ingebrekestelling. Het beroep is daarom gegrond.
De rechtbank past het fifo-principe toe, waardoor de minister de aanvraag pas in februari 2025 in behandeling kan nemen en uiterlijk 2 mei 2025 een besluit moet nemen. Voor elke dag overschrijding van deze termijn legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- op, met een maximum van € 7.500,-. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op € 1.442,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eisers, vastgesteld op € 437,50. De minister wordt opgedragen om binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.