De rechtbank Den Haag heeft op 15 oktober 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin Stichting eiseres bezwaar maakte tegen een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. De last betrof het plaatsen van luchtbehandelingskasten zonder omgevingsvergunning. De rechtbank oordeelde dat de Omgevingswet niet van toepassing was op het besluit, omdat het handhavingsverzoek dateerde van vóór de inwerkingtreding van deze wet.
De rechtbank stelde vast dat de luchtbehandelingskasten niet waren vergund in de omgevingsvergunning van 2018, maar dat de opgelegde last niet gebaseerd was op de juiste wettelijke grondslag. De overtredingen die wel relevant waren, waren niet aan het besluit ten grondslag gelegd. Daarnaast was het besluit onvoldoende gemotiveerd, met name omdat verweerder onvoldoende had gereageerd op het standpunt van eiseres over de noodzaak en alternatieven voor de plaatsing van de kasten.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen acht weken een nieuw besluit moet nemen op het handhavingsverzoek, met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.