ECLI:NL:RBDHA:2024:17239
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen omgevingsvergunning erfafscheiding achter voorgevelrooilijn
Eisers betwisten de locatie van een hekwerk van 1,80 meter hoog, dat volgens hen ten onrechte als achtererf is aangemerkt terwijl het zich op het voorerf zou bevinden. De rechtbank beoordeelt de omgevingsvergunning van 26 augustus 2022 en het handhavingsbesluit van 3 december 2021, waarbij het college van B&W van Alphen aan den Rijn het hekwerk legaliseerde en handhaving afwees.
De rechtbank stelt vast dat de aanvraag onder de Wabo valt omdat deze vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet is ingediend. De kern van het geschil is de vraag welke gevel van de hoekwoning als voorgevel moet worden aangemerkt. De rechtbank volgt het college en het bestemmingsplan in de uitleg dat de gevel aan de [straatnaam 2] de voorgevel is, omdat deze qua functie, ligging en uitstraling de belangrijkste gevel vormt.
De rechtbank oordeelt dat het hekwerk zich achter de voorgevelrooilijn bevindt en daarmee binnen de planregels valt. Eisers' verwijzingen naar eerdere vergunningen en correspondentie zijn onvoldoende om het standpunt van het college te weerleggen. Omdat het hekwerk voldoet aan het bestemmingsplan en geen strijd oplevert met bouwvoorschriften of welstandseisen, was het college verplicht de vergunning te verlenen.
Het verzoek om handhaving werd terecht afgewezen omdat er concreet zicht op legalisatie bestond. De beroepen van eisers worden ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en zij krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen tegen de omgevingsvergunning en het handhavingsbesluit worden ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.