ECLI:NL:RBDHA:2024:17260
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, met de Egyptische nationaliteit, heeft een asielaanvraag ingediend die door de Minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser stelt dat hij een duurzame relatie heeft met een partner die zich als asielzoeker in Nederland bevindt en beroept zich op artikel 10 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting en oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waardoor de minister mag uitgaan van de verantwoordelijkheid van Duitsland. Daarnaast is onvoldoende onderbouwd dat sprake is van een duurzame partnerrelatie; de verklaringen en foto’s zijn summier en niet overtuigend.
Verder is het bestreden besluit niet onzorgvuldig tot stand gekomen, ondanks dat tijdens het Dublingehoor niet doorgevraagd zou zijn. De aanvullende informatie van eiser is meegenomen in de besluitvorming. Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.