ECLI:NL:RBDHA:2024:17277
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag wegens prematuur ingebrekestelling
Eiser diende op 9 oktober 2023 een asielaanvraag in bij de Minister van Asiel en Migratie. Volgens artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 moet de minister binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen. Deze termijn zou voor eiser eindigen op 9 april 2024.
De minister heeft echter de beslistermijn met negen maanden verlengd op grond van artikel 42, vierde lid, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000, vanwege een groot aantal gelijktijdige aanvragen. De rechtbank heeft in een eerdere uitspraak geoordeeld dat deze verlenging rechtsgeldig is en ziet geen reden om daarvan af te wijken.
Eiser stuurde een ingebrekestelling die gedateerd is op 10 april 2024, maar pas op 20 juli 2024 door de minister werd ontvangen. Omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken op het moment van ontvangst, was de ingebrekestelling prematuur ingediend.
Hierdoor voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.