ECLI:NL:RBDHA:2024:17297
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing woningvormingsvergunning wegens negatieve effecten op leefbaarheid in Visserijbuurt
Eiseres, eigenaar van een woning in de Visserijbuurt, verzocht om een vergunning om haar woning te splitsen in twee zelfstandige woonruimten. Verweerder weigerde deze vergunning omdat woningvorming in dit gebied negatieve gevolgen kan hebben voor de woonruimtevoorraad, het karakter van het gebied en de leefbaarheid.
Eiseres stelde dat de aantasting van de leefbaarheid onvoldoende was gemotiveerd en dat verweerder de hardheidsclausule had moeten toepassen, omdat de woning feitelijk nog steeds uit twee zelfstandige woonruimten bestaat. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht verwees naar de Huisvestingsverordening 2023, waarin de Visserijbuurt als gebied is aangewezen waar woningvorming verboden is vanwege leefbaarheidsbezwaren.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de hardheidsclausule slechts in bijzondere gevallen toegepast wordt en dat er geen sprake was van bijzondere omstandigheden die toepassing rechtvaardigen. Het beroep op gewijzigd beleid faalde omdat er geen nieuw beleid is ingevoerd dat woningvorming in samengevoegde woningen toestaat.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de terugbetaling van griffierecht en proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door rechter E.K.S. Mollen op 22 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de woningvormingsvergunning wordt ongegrond verklaard.