ECLI:NL:RBDHA:2024:1731
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen prematuur ingediend beroep niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser diende op 27 oktober 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris moest volgens de Vreemdelingenwet 2000 binnen zes maanden beslissen, met een mogelijke verlenging van negen maanden bij een grote toestroom van aanvragen. De staatssecretaris verlengde de beslistermijn rechtsgeldig met negen maanden vanwege de situatie bij inwerkingtreding van het WBV 2022/22.
Eiser stelde de staatssecretaris op 10 mei 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 30 mei 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelde dat de ingebrekestelling prematuur was omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken op het moment van ingebrekestelling.
Daarom voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb en is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting, na overleg met partijen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.