Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag van 27 september 2023 voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, met instemming van partijen.
De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe. De minister heeft de beslistermijn van 90 dagen met drie maanden verlengd, maar deze termijn is inmiddels verstreken. Eisers hebben de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en meer dan twee weken zijn verstreken sinds die ingebrekestelling. Hierdoor is het beroep gegrond.
De rechtbank past het fifo-principe toe, waarbij de minister de aanvraag in februari 2025 in behandeling kan nemen, zodat uiterlijk 2 mei 2025 een beslissing moet volgen. Voor elke dag overschrijding van deze termijn wordt een dwangsom van €100 opgelegd, met een maximum van €7.500. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van €437,50.