ECLI:NL:RBDHA:2024:17321
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens internationale bescherming in Zweden
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende op 21 juli 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser sinds 23 juni 2021 internationale bescherming geniet in Zweden, zoals blijkt uit Eurodac-gegevens.
Eiser voerde aan dat zijn verblijfsdocument in Zweden was verlopen en dat hij geen duidelijkheid had over zijn verblijfsstatus vanwege het uitblijven van een reactie op zijn verlengingsaanvraag. Hij stelde ook dat terugkeer naar Zweden schade zou opleveren in de zin van artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde echter dat de Eurodac-informatie actueel en voldoende duidelijk was en dat het verlopen van het verblijfsdocument niet betekent dat de internationale bescherming is ingetrokken.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat Zweden zich niet aan zijn internationale verplichtingen zou houden of dat hij schade zou lijden bij terugkeer. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, waarmee het bestreden besluit in stand bleef en eiser onmiddellijk naar Zweden moet terugkeren.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en eiser moet terugkeren naar Zweden.