ECLI:NL:RBDHA:2024:1738
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag wegens prematuur ingediende ingebrekestelling
Eiser diende op 24 november 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Volgens de Vreemdelingenwet 2000 moest de staatssecretaris binnen zes maanden beslissen, met een mogelijke verlenging van negen maanden bij een grote instroom van aanvragen. De staatssecretaris verlengde de beslistermijn rechtsgeldig op grond van het WBV 2022/22.
Eiser stelde de staatssecretaris op 5 juli 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 2 augustus 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank stelde vast dat de ingebrekestelling prematuur was omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken op het moment van de ingebrekestelling.
Daarom voldeed het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb en werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.