ECLI:NL:RBDHA:2024:17391
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht bij mvv nareis aanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De rechtbank heeft het beroep niet inhoudelijk behandeld omdat eiser het griffierecht niet heeft betaald, wat een vereiste is volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank heeft eiser tweemaal aangetekende brieven gestuurd waarin hij werd verzocht het griffierecht van €187 binnen vier weken te voldoen. Omdat de betaling uitbleef en eiser geen geldige reden voor het niet betalen heeft opgegeven, kon de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard en geen uitspraak gedaan over de inhoud van het beroep. Tevens is geen proceskostenvergoeding toegekend aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier L.M. Kalkman op 22 oktober 2024 te Utrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.