Eiser heeft een beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en het onderzoek gesloten zonder zitting.
Verweerder heeft op 1 juli 2024 alsnog een inwilligend besluit genomen op de aanvraag, al is het schriftelijke besluit niet meer aanwezig door een archiveringsfout. De rechtbank baseert zich op een begeleidende brief aan de diplomatieke vertegenwoordiging als bewijs van het besluit.
Omdat verweerder inmiddels heeft beslist, heeft eiser geen procesbelang meer bij het beroep. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser, inclusief het griffierecht.