ECLI:NL:RBDHA:2024:17419
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte vrees voor vervolging in China
Eiser, een Chinese staatsburger, diende op 2 mei 2023 een asielaanvraag in vanwege zijn vroegere anonieme promotie van VPN-gebruik in China en de vrees voor vervolging bij terugkeer. De minister wees de aanvraag op 18 december 2023 af als ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging had aangetoond.
Eiser voerde aan dat de minister een nieuw voornemen had moeten uitbrengen vanwege een vermeende wijziging in het standpunt over zijn politieke overtuiging, maar de rechtbank oordeelde dat de feiten en omstandigheden niet anders waren beoordeeld en dat een nieuw voornemen niet noodzakelijk was.
De rechtbank stelde vast dat eiser slechts eenmaal in 2021 door de politie was verhoord zonder onmenselijke behandeling, dat hij legaal China had verlaten en dat hij sinds 2012 zijn politieke overtuiging nauwelijks had geuit. De overgelegde oproep voor een politieverhoor in 2023 werd onvoldoende onderbouwd en de nieuwsberichten en rapporten boden geen specifiek bewijs voor een individueel risico.
Verder werd geoordeeld dat eiser niet als politiek activist kon worden aangemerkt, mede vanwege zijn marginale politieke activiteiten en werk als kok. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de asielaanvraag af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.