ECLI:NL:RBDHA:2024:17436
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig besluit machtiging voorlopig verblijf
Eisers hebben op 13 juni 2023 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Na het uitblijven van een besluit hebben zij op 24 april 2024 een beroepschrift ingediend tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Eerder had de rechtbank bij uitspraak van 24 september 2024 de minister opgedragen uiterlijk vóór 30 januari 2025 een besluit te nemen.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb een beroepschrift tegen het niet tijdig nemen van een besluit pas kan worden ingediend nadat het bestuursorgaan in gebreke is gesteld en twee weken zijn verstreken, tenzij de rechter een termijn heeft gesteld. In dit geval is een termijn gesteld, maar deze termijn (30 januari 2025) is nog niet verstreken op het moment van het indienen van het beroep.
Daarom is het beroep prematuur en voldoet het niet aan de vereisten voor ontvankelijkheid. De rechtbank wijst het verzoek om griffierechtvrijstelling toe en verklaart het beroep niet-ontvankelijk zonder nadere zitting. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de beslistermijn nog niet is verstreken.