ECLI:NL:RBDHA:2024:17476
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Buiten behandeling stelling aanvraag verblijfsvergunning medische behandeling bevestigd
Eiser diende op 2 februari 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier met als doel medische behandeling. De minister stelde deze aanvraag op 21 maart 2023 buiten behandeling wegens het ontbreken van benodigde bewijsstukken, ondanks een hersteltermijn. Eiser maakte bezwaar, dat zonder hoorzitting kennelijk ongegrond werd verklaard. Een latere aanvraag van eiser met volledige bewijsstukken werd inhoudelijk beoordeeld en afgewezen, waartegen geen bezwaar werd gemaakt.
De rechtbank oordeelt dat eiser nog procesbelang heeft omdat de eerste aanvraag een eerdere ingangsdatum heeft dan de latere aanvraag. De rechtbank stelt vast dat eiser niet alle gevraagde medische stukken heeft overgelegd, terwijl het aan hem is om relevante gegevens te verstrekken. Het eerdere medische advies dateert van zeven maanden voor de aanvraag, waardoor het niet zonder meer actueel kan worden geacht.
De minister mocht daarom de aanvraag buiten behandeling stellen op grond van artikel 4:5 Awb Pro. Ook was het afzien van hoorzitting bij het bezwaar gerechtvaardigd omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de buiten behandeling stelling van de aanvraag verblijfsvergunning medische behandeling is ongegrond verklaard.