ECLI:NL:RBDHA:2024:17497
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag minderjarige op grond van Dublinverordening
Eiseres, een niet-begeleide minderjarige, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep op 16 september 2024 behandeld en verklaart het ongegrond.
De rechtbank oordeelt dat Duitsland terecht als verantwoordelijke lidstaat is aangemerkt, mede omdat Duitsland het claimverzoek op grond van artikel 8, eerste lid, van de Dublinverordening heeft geaccepteerd. Eiseres voerde aan dat haar moeder geen wettig verblijf meer heeft in Duitsland en dat het belang van het kind een overdracht aan Duitsland in de weg staat, maar deze argumenten zijn niet voldoende onderbouwd.
De rechtbank stelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en Nederland erop mag vertrouwen dat Duitsland zijn verplichtingen nakomt, ook ten aanzien van de psychische problemen van eiseres. Het verbod op indirect refoulement en de toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening zijn niet van toepassing, mede vanwege recente jurisprudentie van het Hof van Justitie.
De rechtbank concludeert dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een overdracht aan Duitsland verhinderen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en het besluit van de minister blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.