Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Ghanese vreemdeling, is door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser voert onder meer aan dat de maatregel onrechtmatig is vanwege zijn familieleven met een Belgische partner, en beroept zich op artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank stelt vast dat eiser geen rechtmatig verblijf in België heeft en dat het terugkeerbesluit uit 2019 geldig blijft. De relatie met de Belgische partner is onvoldoende om de maatregel van bewaring te beëindigen. De gronden voor bewaring zijn feitelijk juist en het risico op onttrekking is voldoende onderbouwd.
Verder is er geen sprake van het ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede omdat eisers identiteit en nationaliteit bevestigd zijn en een vlucht kan worden aangevraagd. Eiser heeft onvoldoende meegewerkt aan het proces, wat vertraging veroorzaakt.
De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Ook het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.