Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Pakistaanse vreemdeling, werd op 9 oktober 2024 staande gehouden in een trein in Nederland en vervolgens opgehouden wegens een redelijk vermoeden van illegaal verblijf. De maatregel van bewaring werd op 10 oktober 2024 opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van de Vreemdelingenwet.
Eiser betoogde dat de initiële staandehouding onrechtmatig was omdat deze plaatsvond terwijl de trein zich nog in België bevond, en dat de maatregel van bewaring onterecht was omdat hij zich beschikbaar stelde voor identificatie en geen onjuiste gegevens verstrekte. De rechtbank stelde vast dat de staandehouding rechtmatig was, omdat deze plaatsvond toen de trein zich in Nederland bevond en de verbalisanten bevoegd waren.
De rechtbank oordeelde dat de zware gronden voor bewaring, zoals het niet op de voorgeschreven wijze Nederland binnenkomen en het niet meewerken aan het vaststellen van identiteit, feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren. Ook het risico op onttrekking aan toezicht was aannemelijk. Het beroep op een lichter middel werd verworpen omdat eerdere asielaanvragen in Duitsland en Zwitserland niet tot verblijf leidden.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.