ECLI:NL:RBDHA:2024:17518
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiseres diende op 1 september 2023 een asielaanvraag in. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou oorspronkelijk op 1 maart 2024 eindigen. Echter, met de inwerkingtreding van het Besluit WBV 2023/3 is deze termijn met negen maanden verlengd tot 1 december 2024. De rechtbank heeft in eerdere uitspraken geoordeeld dat deze verlenging rechtsgeldig is omdat aan de voorwaarden van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 werd voldaan.
Eiseres stelde op 7 maart 2024 een ingebrekestelling in, maar aangezien de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken, werd deze ingebrekestelling als prematuur beschouwd. Op grond van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan een beroepschrift pas worden ingediend nadat het bestuursorgaan in gebreke is gesteld en twee weken zijn verstreken. Omdat de ingebrekestelling te vroeg was, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en griffier R. de Mul, en is openbaar gemaakt op 25 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.