Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag van 24 oktober 2023 om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis.
De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en het verzoek om vrijstelling van griffierecht toegekend. De minister heeft de beslistermijn van 90 dagen met drie maanden verlengd, maar deze termijn is inmiddels verstreken. Eisers hebben de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en sindsdien zijn meer dan twee weken verstreken, waardoor het beroep gegrond is.
De rechtbank past het fifo-principe toe zoals eerder vastgesteld in een uitspraak van 16 augustus 2024, en stelt dat de minister uiterlijk 30 mei 2025 een besluit moet nemen. Voor elke dag overschrijding van deze termijn moet de minister een dwangsom van € 100 betalen, met een maximum van € 7.500. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op € 1.442.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eisers, vastgesteld op € 437,50. De uitspraak bevat tevens een instructie aan eisers over het indienen van een beroepschrift bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.