ECLI:NL:RBDHA:2024:17532
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep bestuursrecht
Verzoeker heeft zijn beroep tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leiden ingetrokken nadat het college aan het beroep tegemoet is gekomen met een besluit van 26 september 2024. Verzoeker verzocht vervolgens om een proceskostenveroordeling van het college. De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren, waarbij het college stelde dat verzoeker geen aanspraak maakt op vergoeding van proceskosten omdat hij geen professionele rechtsbijstand heeft ingeschakeld.
De rechtbank oordeelt dat hoewel het college aan het beroep tegemoet is gekomen, er geen aanleiding is om het college te veroordelen tot vergoeding van proceskosten. Het beroepschrift is niet ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent en er is geen bewijs van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen zoals bedoeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Daarom wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
De rechtbank wijst er wel op dat het college verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden. Verzoeker wordt geadviseerd zich hiervoor rechtstreeks tot het college te wenden. De uitspraak is gedaan door rechter C.J. Waterbolk en griffier W. Goederee op 23 oktober 2024.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen professionele rechtsbijstand is ingeschakeld en geen proceskosten zijn aangetoond.