ECLI:NL:RBDHA:2024:17534
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid bezwaar tegen invorderingsrente wegens termijnoverschrijding
Eiseres maakte bezwaar tegen de in rekening gebrachte invorderingsrente na een betaling aan verweerder. Het bezwaar werd echter ruim na de wettelijke termijn van zes weken ontvangen, waardoor verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. Eiseres stelde dat zij tijdig bezwaar had gemaakt of dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift pas op 14 juni 2023 bij verweerder was ontvangen, terwijl de termijn eindigde op 3 januari 2023. Het feit dat eiseres op 31 december 2022 een afschrift per e-mail aan de inspecteur had gestuurd, maakte dit niet anders, aangezien het bezwaarschrift rechtstreeks aan verweerder gericht moest zijn. De brief van 7 januari 2023 waarin eiseres stelde het bezwaar opnieuw te hebben gepost, bereikte verweerder pas in juni 2023 zonder verklaring.
Omdat eiseres niet de nodige stappen had ondernomen om de termijnoverschrijding te voorkomen of te herstellen, oordeelde de rechtbank dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Daarom werd het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de invorderingsrente is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en het beroep is ongegrond verklaard.