ECLI:NL:RBDHA:2024:17556
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening na afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Minister van Asiel en Migratie is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 22 september 2024.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld op 17 oktober 2024, samen met een gerelateerde zaak (NL24.37073).
Gezien de mondelinge uitspraak in de bodemzaak op die datum, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Wel werd de Minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875,00 conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.D. Gunster en griffier J.R. Froma, en is uitgesproken in het openbaar op 24 oktober 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de Minister wordt veroordeeld tot betaling van € 875,00 aan proceskosten.