ECLI:NL:RBDHA:2024:17561
Rechtbank Den Haag
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verduistering in ambtelijke dienstbetrekking
De zaak betreft een verdenking van verduistering door een ambtenaar van de gemeente Rijswijk over de periode van december 2012 tot december 2017. De verdachte zou fictieve retourtransacties hebben aangemaakt en contant geld uit de gemeentekas hebben toegeëigend. Na intern onderzoek en een klachtprocedure werd de zaak door het Openbaar Ministerie aanvankelijk geseponeerd, maar na een uitspraak van het gerechtshof werd het onderzoek hervat.
Het bewijs bestond uit retourbonnen zonder klanthandtekening, verklaringen van klanten die geen retourtransactie hadden gedaan, en het feit dat de verdachte toegang had tot de kas. Ook was vastgesteld dat de verdachte nooit afwezig was bij de verdachte transacties en dat haar saldi negatief waren in tegenstelling tot andere medewerkers. Echter, de rechtbank constateerde dat de kas toegankelijk was voor meerdere personen, dat medewerkers soms op elkaars accounts werkten, en dat het protocol niet altijd strikt werd nageleefd.
Er was geen directe getuige van de verduistering en er was geen onderzoek gedaan naar andere medewerkers met toegang tot de kas, zoals baliemedewerkers. Bovendien waren getuigen mogelijk beïnvloed door kennis van onderzoeksresultaten en was er geen financieel onderzoek naar de verdachte gedaan. Gezien deze omstandigheden bleef er gerede twijfel over de rol van de verdachte.
De politierechter oordeelde dat de verdachte niet wettig en overtuigend schuldig kon worden bevonden en sprak haar vrij. De vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor verduistering.