ECLI:NL:RBDHA:2024:17563
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in beroep tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag op grond van Dublin-verordening
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 19 augustus 2024 waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling werd genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublin-verordening.
Tegelijkertijd verzocht verzoeker om een voorlopige voorziening om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft echter geoordeeld dat nu de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.