Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft tegen het besluit van 31 juli 2024, waarbij zijn asielaanvraag kennelijk ongegrond werd verklaard, beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen omdat op het beroep reeds mondeling uitspraak is gedaan op 17 oktober 2024, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en er staat geen hoger beroep of verzet open.
De zaak betreft een bestuursrechtelijke procedure binnen het vreemdelingenrecht waarbij de kernvraag is de rechtmatigheid van de kennelijk ongegrondverklaring van de asielaanvraag. De voorzieningenrechter heeft de procedurele vraag van voorlopige voorziening afgedaan wegens het reeds genomen inhoudelijke besluit.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep reeds is behandeld.