ECLI:NL:RBDHA:2024:17622
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure Dublin-verordening
Verzoeker, van Somalische nationaliteit, diende een asielaanvraag in bij de Minister van Asiel en Migratie. De minister besloot de aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Frankrijk volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb. Op dezelfde dag werd het beroep ongegrond verklaard in een andere procedure, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard.