ECLI:NL:RBDHA:2024:17627
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking kort geding aanbestedingsgeschil
Aresa Shipyards heeft op 26 april 2024 de Staat gedagvaard in een kort geding met betrekking tot een aanbestedingsprocedure, waarbij zij onder meer wilde voorkomen dat de Staat de procedure voortzette en haar verzoek tot deelname alsnog geldig verklaarde. Op 20 juni 2024 trok Aresa het kort geding in zonder dat de Staat aan haar vorderingen had voldaan of de procedure was opgeschort.
De Staat verzocht vervolgens om proceskostenvergoeding, waarop Aresa bezwaar maakte en om aanhouding vroeg om overleg te voeren. De voorzieningenrechter oordeelde dat behandeling ter zitting of aanhouding niet noodzakelijk was en wees vonnis op 30 augustus 2024.
De voorzieningenrechter overwoog dat de intrekking niet het einde van de procedure betekent voor het geschil over proceskosten, conform de jurisprudentie van de Hoge Raad. Omdat de Staat tijdig zijn vordering had ingediend en Aresa geen geldige reden had voor intrekking die de Staat benadeelde, werd Aresa als de in het ongelijk gestelde partij aangemerkt.
De proceskosten werden begroot op €1.581, bestaande uit griffierecht, salaris advocaat en nakosten, welke Aresa binnen veertien dagen moet voldoen, vermeerderd met wettelijke verhogingen bij niet-tijdige betaling.
Uitkomst: Aresa wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.581,00 na intrekking van het kort geding.