Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. S.H.F. Pols).
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Ambtshalve toetsing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eisers, bestaande uit een Syrische moeder en haar twee minderjarige kinderen met de Libanese nationaliteit, werden op 26 augustus 2024 in vreemdelingenbewaring gesteld door de minister van Asiel en Migratie. De moeder betwistte de rechtmatigheid van deze maatregel en stelde beroep in, tevens met een verzoek om schadevergoeding. De minister hief de bewaring op 4 september 2024 op en de rechtbank behandelde het beroep op 9 september 2024.
De rechtbank beoordeelde of de bewaring onrechtmatig was geweest voorafgaand aan de opheffing. De minister had de bewaring onderbouwd met concrete aanwijzingen voor een overdracht aan Frankrijk volgens de Dublinverordening en een significant risico dat eisers zich aan toezicht zouden onttrekken. De rechtbank vond de motivering voldoende en oordeelde dat een lichter middel, zoals plaatsing in een vrijheidsbeperkende locatie, onvoldoende garantie bood gezien het eerdere ontduiken van de moeder aan overdrachtsafspraken.
Verder achtte de rechtbank de duur van de bewaring, minder dan veertien dagen, niet te lang en vond zij dat de minister voortvarend had gehandeld. De belangen van de minderjarige kinderen waren meegewogen door de minister, waaronder het belang bij verblijf bij hun moeder. De ambtshalve toetsing leidde tot de conclusie dat de bewaring niet onrechtmatig was geweest. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.