ECLI:NL:RBDHA:2024:17687
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-procedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Duitsland volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 17 september 2024, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde afwezig waren.
De rechtbank oordeelde dat nu in de hoofdzaak uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter P.J. Blok op 23 september 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.