Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 875,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van haar aanvraag op grond van de Dublin-verordening.
Tegen dit besluit heeft verzoekster beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek samen met een gerelateerde bodemzaak behandeld.
Gezien de uitspraak in de bodemzaak is de voorlopige voorziening niet langer nodig en wordt het verzoek afgewezen. Wel wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de door verzoekster gemaakte proceskosten voor de rechtsbijstand, vastgesteld op € 875,-.
De uitspraak is gedaan op 11 oktober 2024 door de voorzieningenrechter M.M. Vollebregt-Kuipers in aanwezigheid van griffier S.J. Valk. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 875,-.