ECLI:NL:RBDHA:2024:17690

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 oktober 2024
Publicatiedatum
30 oktober 2024
Zaaknummer
NL24.33947
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-verordening

Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van haar aanvraag op grond van de Dublin-verordening.

Tegen dit besluit heeft verzoekster beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek samen met een gerelateerde bodemzaak behandeld.

Gezien de uitspraak in de bodemzaak is de voorlopige voorziening niet langer nodig en wordt het verzoek afgewezen. Wel wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de door verzoekster gemaakte proceskosten voor de rechtsbijstand, vastgesteld op € 875,-.

De uitspraak is gedaan op 11 oktober 2024 door de voorzieningenrechter M.M. Vollebregt-Kuipers in aanwezigheid van griffier S.J. Valk. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 875,-.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.33947
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster], V-nummer: [V nummer] , verzoekster (gemachtigde: mr. J.A. Pieters),
en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. F.F.M. van de Kamp).

Procesverloop

Bij besluit van 29 augustus 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL24.33946, op 17 september 2024 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen I.D.O. Onwuegbuchu. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.33946, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 875,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Vollebregt-Kuipers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
11 oktober 2024

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.