ECLI:NL:RBDHA:2024:17695
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in zaak vreemdelingenbewaring eiseres
Eiseres is op 28 augustus 2024 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft abusievelijk een afzonderlijk dossier voor haar aangemaakt en haar uitgenodigd voor een zitting op 9 september 2024, waar zij niet aanwezig was vanwege een geplande uitzetting naar Polen. De gemachtigde van eiseres heeft zich afgemeld en schriftelijke gronden ingediend.
De minister stelde dat er geen beroepschrift was ingediend voor eiseres, waardoor het beroep niet-ontvankelijk zou zijn. De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat zij niet bevoegd is om over de zaak van eiseres te oordelen, aangezien het beroep alleen was ingesteld tegen de bewaring van haar moeder en minderjarige zusje, geregistreerd onder een ander zaaknummer. Er is geen contact opgenomen met de gemachtigde om na te vragen of ook tegen de maatregel voor eiseres beroep werd ingesteld.
De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het beroep van eiseres wegens het ontbreken van een geldig beroepschrift.