ECLI:NL:RBDHA:2024:17736
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister niet in behandeling werd genomen omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten onrechte werd toegepast vanwege ernstige tekortkomingen in Kroatië, zoals push-backs en ontoereikende opvangvoorzieningen. De rechtbank verwees naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin werd bevestigd dat de minister het vertrouwensbeginsel mag toepassen en dat geen aannemelijk risico bestaat op schending van fundamentele rechten bij terugkeer naar Kroatië.
De rechtbank concludeerde dat de door eiser aangevoerde rapporten geen nieuwe of andere informatie bevatten die aanleiding geeft tot afwijking van het eerdere oordeel. Ook ontbraken persoonlijke omstandigheden die een uitzondering op de overdracht naar Kroatië rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister mocht de aanvraag terecht niet in behandeling nemen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.