ECLI:NL:RBDHA:2024:17737
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-Kroatië
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen vanwege de Dublinverantwoordelijkheid van Kroatië. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 22 oktober 2024, waarbij verzoeker niet aanwezig was, maar de minister werd vertegenwoordigd. Op dezelfde dag deed de rechtbank uitspraak op het beroep in een gelijktijdige zaak (NL24.38229).
Gezien de gelijktijdige uitspraak op het beroep achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter P.J.M. Mol en griffier L.W.M. van de Wijdeven op 29 oktober 2024.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank gelijktijdig uitspraak heeft gedaan op het beroep.