Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. E. Sweerts).
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Turkse nationaliteit, heeft op 1 september 2022 een asielaanvraag ingediend die door de minister op 5 juli 2024 is afgewezen. Hij vreesde vervolging vanwege vermeende betrokkenheid bij de Gülenbeweging en de problemen van zijn vader die als Gülenist wordt gezien.
De rechtbank heeft op 10 september 2024 de zaak behandeld en beoordeelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat eiser niet tot een risicogroep behoort. De minister vond de verklaringen over identiteit en herkomst geloofwaardig, maar onvoldoende om een gegronde vrees voor vervolging aan te nemen. Familieleden van Gülenisten worden niet als risicogroep beschouwd, en er zijn geen concrete aanwijzingen dat eiser persoonlijk als Gülenist wordt gezien.
Eiser voerde aan dat ook familieleden risico lopen en wees op berichten en jurisprudentie die geringe indicaties meewogen, maar de rechtbank oordeelt dat deze niet op hem van toepassing zijn. Het algemeen ambtsbericht Turkije bevestigt dat er geen volledig beeld is van mogelijke problemen, maar hetgeen bekend is, ondersteunt geen risico voor eiser. De minister hoefde daarom ook geen beoordeling te maken van geringe indicaties.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een verblijfsvergunning af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra op 24 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag wordt afgewezen.