ECLI:NL:RBDHA:2024:17763
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-België
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag volgens de Dublin-verordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gelijktijdige zaak op 22 oktober 2024, waarbij verzoeker niet aanwezig was.
De voorzieningenrechter overwoog dat vanwege de gelijktijdige uitspraak op het beroep in zaak NL24.38733 een voorlopige voorziening niet langer nodig was. Daarom werd het verzoek afgewezen zonder toekenning van proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter P.J.M. Mol en griffier L.W.M. van de Wijdeven op 29 oktober 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gelijktijdige uitspraak op het beroep.