ECLI:NL:RBDHA:2024:17788
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging overdrachtstermijn Dublinverordening wegens onderduiken
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de verlenging van de overdrachtstermijn op grond van artikel 29 lid 2 van Pro de Dublinverordening, nadat de minister de overdracht aan Zweden verlengde met achttien maanden. De minister stelde dat eiseres zich had ondergedoken om de overdracht te voorkomen.
De rechtbank constateert dat eiseres op de geplande overdrachtsdata niet beschikbaar was, haar woonruimte had verlaten zonder contactgegevens achter te laten en niet voldeed aan de meldplicht. De minister meldde eiseres als met onbekende bestemming vertrokken en verlengde daarop de overdrachtstermijn. Eiseres gaf later aan ziek te zijn geweest en bij vriendinnen te verblijven, maar kon geen verblijfplaats noemen.
De rechtbank oordeelt dat dit gedrag kwalificeert als onderduiken in de zin van de Dublinverordening, omdat eiseres doelbewust buiten bereik van de autoriteiten bleef om overdracht te frustreren. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de verlenging van de overdrachtstermijn bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verlenging van de overdrachtstermijn wegens onderduiken.