ECLI:NL:RBDHA:2024:17792
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Soedanese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, maar de minister nam zijn aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek op grond van de Dublinverordening. Eiser voerde aan dat er nog een Dublinprocedure in Frankrijk loopt en dat Italië verantwoordelijk zou zijn, maar dit werd door de rechtbank niet aannemelijk geacht.
De rechtbank overwoog dat Frankrijk het verzoek tot terugname heeft geaccepteerd en dat het document dat eiser overhandigde, dat een eerdere procedure in Frankrijk bevestigt, inmiddels verlopen is. De minister mocht daarom aannemen dat Frankrijk verantwoordelijk is en dat eiser niet opnieuw in een Dublinprocedure in Frankrijk terecht zal komen.
Eiser stelde ook dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening ten onrechte niet is toegepast, met name vanwege zijn medische situatie. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht terughoudend was met het toepassen van artikel 17 en Pro dat er geen aanwijzingen zijn dat Frankrijk zijn internationale verplichtingen niet nakomt of dat de medische zorg onvoldoende zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat het niet in behandeling nemen van de aanvraag terecht was. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag blijft in stand.