ECLI:NL:RBDHA:2024:17865
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure na gegrondverklaring bodemzaak
Verzoeker, van Armeense nationaliteit, had een herhaalde aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk bij besluit van 28 september 2024. Verzoeker stelde beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 24 oktober 2024 samen met de bodemzaak (zaaknummer NL24.39036). De rechtbank heeft in de bodemzaak het beroep gegrond verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Wel veroordeelde hij de minister tot betaling van de proceskosten die verzoeker heeft gemaakt, vastgesteld op €875,- volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan op 30 oktober 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep in de bodemzaak gegrond is verklaard.