ECLI:NL:RBDHA:2024:17881
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen niet tijdig besluit op bezwaar verblijfsvergunning familie/gezin
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning met als doel familie/gezin. De rechtbank oordeelt dat verweerder, de minister van Asiel en Migratie, de beslistermijn heeft overschreden en daardoor in gebreke is gebleven.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn uiterlijk op 19 juni 2023 had moeten eindigen, maar dat verweerder geen besluit heeft genomen. Eiseres heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld op 17 juli 2024 en het beroep is tijdig ingediend op 4 september 2024. Omdat het beroep kennelijk gegrond is, vernietigt de rechtbank het niet tijdig genomen besluit.
De rechtbank draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen op het bezwaar. Tevens legt zij een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €7.500, voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad €437,50 en het griffierecht van €187.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten.