Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster diende op 21 juli 2023 een asielaanvraag in waarop verweerder niet tijdig had beslist. Op 12 juni 2024 stelde verzoekster beroep in tegen deze niet-tijdige beslissing. Vervolgens heeft verweerder op 19 juni 2024 de asielaanvraag ingewilligd, waarna verzoekster het beroep introk en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank overwoog dat de wettelijke beslistermijn van zes maanden verlengd was met negen maanden op grond van de WBV 2023/3, waardoor de ingebrekestelling van 22 januari 2024 te vroeg was. Hierdoor zou het beroep niet-ontvankelijk zijn verklaard als het niet was ingetrokken.
Daarom komt het verzoek tot vergoeding van proceskosten niet voor toewijzing in aanmerking en wordt het verzoek afgewezen als kennelijk ongegrond.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen als kennelijk ongegrond.