ECLI:NL:RBDHA:2024:17901
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht asielzoeker aan Kroatië op grond van Dublin-verordening
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 2 augustus 2024 waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling werd genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoeker verzocht tevens om een voorlopige voorziening om overdracht aan Kroatië te voorkomen totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 30 augustus 2024 en oordeelde dat verzoeker een spoedeisend belang heeft bij de voorlopige voorziening. De kern van het geschil betreft het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij wordt betwist of Kroatië zich zal houden aan zijn internationale verplichtingen omtrent opvang en asielprocedure.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 28 september 2024 een zitting gehouden over dit onderwerp, met een uitspraak verwacht over zes weken. De rechtbank besloot daarom de behandeling van het beroep te schorsen en de voorlopige voorziening toe te wijzen.
De voorzieningenrechter schorst het bestreden besluit en verbiedt de overdracht van verzoeker aan Kroatië totdat op het beroep is beslist. Tevens worden de proceskosten van verzoeker aan verweerder opgelegd, vastgesteld op €1.750,-.
Uitkomst: Het besluit tot overdracht van verzoeker aan Kroatië wordt geschorst en verzoeker mag niet worden overgedragen totdat op het beroep is beslist.