ECLI:NL:RBDHA:2024:17996

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 november 2024
Publicatiedatum
4 november 2024
Zaaknummer
NL24.17736
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 2u Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroeg ingediend tegen niet tijdig besluit mvv-aanvraag

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op hun aanvragen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis en verblijf als familie- of gezinslid. Verweerder, de minister van Asiel en Migratie, heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.

De rechtbank overweegt dat op grond van de Vreemdelingenwet 2000 verweerder binnen 90 dagen moest beslissen op de aanvragen, met een verlenging van drie maanden, waardoor uiterlijk 31 maart 2024 een besluit had moeten worden genomen. Omdat verweerder niet tijdig heeft beslist, heeft eiser op 12 april 2024 een ingebrekestelling gestuurd. Het beroep werd echter al op 22 april 2024 ingediend, terwijl de Awb vereist dat het beroepschrift pas twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling kan worden ingediend.

Daarom is het beroep te vroeg ingediend en verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter M.J. Schouw en griffier R. de Mul op 1 november 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het te vroeg is ingediend binnen twee weken na de ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.17736

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer 1]
[eiseres], eiseres
V-nummer: [V-nummer 2]
(gemachtigde: mr. B.W.C. van Geet),
en
de minister van Asiel en Migratie,voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op de aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis en in het kader van ‘verblijf als familie- of gezinslid’.
Verweerder heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een verweerschrift in te dienen.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Eisers hebben verzocht om vrijstelling van de betaling van het griffierecht voor de behandeling van hun beroep wegens betalingsonmacht. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling voorlopig toegewezen. Met het door eisers overgelegde formulier hebben zij voldoende aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor vrijstelling. Het verzoek om vrijstelling van het griffierecht wordt definitief toegewezen.
2. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
3. De aanvragen zijn ingediend op 2 oktober 2023. Verweerder moet op grond van artikel 2u, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 binnen 90 dagen beslissen. Onder verwijzing naar de laatste volzin van dit artikellid heeft verweerder de beslistermijn verlengd met drie maanden. Verweerder had dus uiterlijk op 31 maart 2024 een besluit moeten nemen. De termijn waarbinnen verweerder had moeten beslissen is daarom voorbij zonder dat er een besluit is genomen. Eiser heeft verweerder op 12 april 2024 rechtsgeldig in gebreke gesteld. Op 22 april 2024 is het beroep ingesteld. De rechtbank stelt vast dat tussen de ontvangst van de ingebrekestelling en de indiening van het beroepschrift geen twee weken zijn verstreken. Het beroep is dus te vroeg ingesteld en om die reden kennelijk niet-ontvankelijk.
4 Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 1 november 2024 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.