ECLI:NL:RBDHA:2024:17996
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroeg ingediend tegen niet tijdig besluit mvv-aanvraag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op hun aanvragen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis en verblijf als familie- of gezinslid. Verweerder, de minister van Asiel en Migratie, heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.
De rechtbank overweegt dat op grond van de Vreemdelingenwet 2000 verweerder binnen 90 dagen moest beslissen op de aanvragen, met een verlenging van drie maanden, waardoor uiterlijk 31 maart 2024 een besluit had moeten worden genomen. Omdat verweerder niet tijdig heeft beslist, heeft eiser op 12 april 2024 een ingebrekestelling gestuurd. Het beroep werd echter al op 22 april 2024 ingediend, terwijl de Awb vereist dat het beroepschrift pas twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling kan worden ingediend.
Daarom is het beroep te vroeg ingediend en verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter M.J. Schouw en griffier R. de Mul op 1 november 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het te vroeg is ingediend binnen twee weken na de ingebrekestelling.