ECLI:NL:RBDHA:2024:18006
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling WOZ-waarde viersterrenhotel in Den Haag
De zaak betreft een beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een viersterrenhotel met restaurant in het centrum van Den Haag, vastgesteld op €7.425.000 voor het kalenderjaar 2022. Eiser betwist de waarde en stelt dat geen rekening is gehouden met de gevolgen van de coronacrisis en de verhuurde staat van het pand, en pleit voor een lagere waarde van €5.120.000.
De verweerder heeft de waarde onderbouwd met verkooptransacties van vergelijkbare hotels in Den Haag en heeft in beroep de vergelijkingsmethode toegepast. De rechtbank oordeelt dat de verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede omdat de matrix met verkoopprijzen en de verschillen tussen objecten voldoende inzicht bieden. De verhuurde staat van de vergelijkingsobjecten is niet gecorrigeerd, maar dit zou eerder tot een hogere waarde leiden.
De rechtbank sluit zich aan bij het standpunt dat de coronacrisis waardedrukkend kan werken, maar dat dit effect is verwerkt in de verkoopprijzen van vergelijkbare objecten. Ook als alleen de transacties tijdens de coronacrisis worden meegenomen, ligt de gemiddelde prijs per kamer nog ruim boven die van de onroerende zaak.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot verlaging van de WOZ-waarde af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €7.425.000 wordt ongegrond verklaard.