ECLI:NL:RBDHA:2024:18020
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling ongegrond verklaard
Opposanten hebben verzet ingesteld tegen de uitspraak van 19 juli 2024 waarin hun beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling. De rechtbank heeft het verzet zonder zitting behandeld en beoordeeld of er redelijke twijfel bestond over het oordeel in de aangevallen uitspraak.
Opposanten betoogden dat de beslistermijn niet correct was vastgesteld omdat niet in alle ontvangstbevestigingen een ontvangstdatum van 28 augustus 2023 werd genoemd. De rechtbank stelde vast dat de beslistermijn wel degelijk op 23 augustus 2023 is aangevangen, mede gelet op ontvangstbevestigingen en bevestigingen in legesbrieven en het verweerschrift.
De rechtbank concludeerde dat het beroep terecht niet-ontvankelijk werd verklaard en dat het verzet ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak blijft in stand en er is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft in stand.